Direct naar hoofdinhoud
×

Onderzoek naar invloed van leeftijd en infrastructuur op fietsgedrag

Wetenschappers van de Rijksuniversiteit Groningen hebben onderzoek gedaan naar de invloed van leeftijd en infrastructuur op fietsgedrag. Ook testten zij of er een verband was tussen de resultaten van een neuropsychologische test en het fietsgedrag. Afgezien van de invloed van infrastructuur waren de gevonden effecten beperkt, mogelijk omdat de oudere deelnemers aan het onderzoek relatief fit waren.

Lees meer

Aan het onderzoek namen 70 fietsers met een niet-elektrische stadsfiets deel die via het netwerk van de wetenschappers waren benaderd. Zij fietsten in 2017 of 2018 een parcours van 5 kilometer in de stad Groningen met onder meer een camera gemonteerd op hun stuur om hun laterale positie in kaart te brengen. Van 27 deelnemers bleek de data achteraf om verschillende redenen onbruikbaar waardoor de resultaten van het onderzoek gebaseerd zijn op in totaal 43 fietsers. 21 daarvan waren tussen de 18 en 24 jaar oud en 22 fietsers tussen de 60 en 80 jaar.   
 
Invloed van leeftijd
Uit de metingen bleek dat de oudere fietsers op alle soorten fietsinfrastructuur gemiddeld meer afstand houden van de stoeprand dan de jongere (71 versus 61 cm) en meer slingeren (14 versus 11 cm). Ook reden ze met een lagere snelheid (16,4 versus 18,5 km/u). Alleen het effect op de snelheid bleek statistisch significant.
 
Invloed van infrastructuur
In het onderzoek zijn drie typen fietsinfrastructuur onder de loep genomen: een fietsstrook, een éénrichting- en een tweerichtingsfietspad. Beide groepen fietsers hielden het meeste afstand van de stoeprand op de fietsstrook, gevolgd door het tweerichtingsfietspad en het eenrichtingsfietspad. Op het eenrichtingsfietspad slingerden ze minder. De snelheid lag het hoogst op het eenrichtingsfietspad, gevolgd door het tweerichtingsfietspad en de fietsstrook. Voor de oudere fietsers waren de effecten op afstand, slingeren en snelheid significant, voor jongeren alleen het effect op de afstand.
 
Invloed andere verkeersdeelnemers
Uit de metingen bleek verder dat de fietsers bij verkeer van rechts verder weg van de stoeprand bewogen. Dat gebeurde ook bij de aanwezigheid van voetgangers op het voetpad naast de weg. Bij tegemoetkomend verkeer en ingehaald worden bewogen de fietsers richting de stoeprand. Vanwege het kleine aantal observaties zijn deze resultaten niet altijd statistisch significant.  
 
Neuropsychologische test
Voorafgaand aan de fietsproef moesten de deelnemers drie neuropsychologische taken uitvoeren op een laptop, die hun scores in kaart brachten op aandacht, reactietijd en overzicht over verkeerssituaties. Voor autorijden heeft een dergelijke test enige voorspellende waarde voor de uitvoering van de rijtaak en eventuele problemen. In dit onderzoek vond men echter geen duidelijk verband tussen de score op de test en de fietsbekwaamheid. Volgens de wetenschappers komt dit doordat de deelnemende oudere fietsers relatief fit waren – wat mogelijk samenhangt met de vrijwillige deelname aan het onderzoek. Een andere mogelijkheid is dat het verschil pas zichtbaar is in complexere verkeerssituaties dan die in het onderzoek zijn meegenomen. De jongeren deden het wel beter op de neuropsychologische test dan de ouderen en hadden minder tijd nodig om de taken uit te voeren.
 
De resultaten van dit onderzoek zijn eind december online verschenen in het wetenschappelijke tijdschrift Transportation Research Part F: Psychology and Behaviour.

Bron: CROW

Deel deze pagina op: