Alcohol en drugs

Nullijn

Het ROVL pleit voor de nullijn bij drank en drugs in het verkeer. Dit betekent in de praktijk dat de nu geldende limit afgeschaft moet worden en dat nadrukkelijk wordt uitgesproken dat drank, drugs en verkeer niet samengaan. Alcohol in het verkeer kost jaarlijks aan zo'n 185 mensen het leven.   
                        

Alcohol en drugs in het verkeer

Het is verboden een voertuig te besturen terwijl je onder invloed
bent van een stof die de rijvaardigheid vermindert zodat je niet tot besturen in staat bent. Voorbeelden zijn alcohol, medicijnen of drugs. Automobilisten die onder invloed van alcohol zijn, worden streng aangepakt. Het alcoholpromillage bepaalt de hoogte van de boete, het moeten deelnemen aan een cursus, het alcoholslot of het inleveren van het rijbewijs.

Ontvangen van de website van Verkeer en Waterstaat. Wil je meer weten klik hier.

» 0,5 en 0,2 is de max

Wanneer je je rijbewijs langer dan vijf jaar hebt en gaat deelnemen aan het verkeer, mag het alcoholgehalte in je bloed niet hoger zijn dan 0,5 promille. Voor beginnende bestuurders gelden strengere regels. Beginnende bestuurders van een motorvoertuig waarvoor een rijbewijs is vereist, mogen de eerste vijf jaar nadat ze hun rijbewijs hebben gehaald een promillage van hoogstens 0,2 promille hebben. Voor bromfietsers, snorfietsers en scooterbestuurders die 16 of 17 jaar zijn wanneer zij hun rijbewijs halen, geldt deze strenge limiet de eerste 7 jaar. Voor fietsers geldt een promillage van 0,5.

» Drugs en medicijnen

De aanpak van drugs in het verkeer is tot nu toe lastig omdat er geen makkelijk hanteerbaar instrument is waarmee drugsgebruik kan worden aangetoond. Uit een proef uit 2009 blijkt dat een speekseltester de opsporing en handhaving van drugs vereenvoudigt. Op dit moment passen het ministerie van Veiligheid en Justitie (VenJ) en Infrastructuur en Milieu (IenM) de Wegenverkeerswet aan om het gebruik van speekseltesters bij handhaving wettelijk mogelijk te maken. Er bestaan zoals bij alcohol nog geen wettelijke limieten. Hier wordt op dit moment onderzoek naar gedaan.

Wordt een bestuurder verdacht van rijden onder invloed van drugs, dan wordt bij diegene bloed afgenomen dat voor controle naar het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) gaat. Als drugsgebruik is vastgesteld wordt de bestuurder doorgestuurd naar het Openbaar Ministerie (OM) voor verdere vervolging. Het OM kan een boete en/of straf geven.

Bij medicijnen die de rijvaardigheid beïnvloeden staat dat op het etiket of in de bijsluiter. Informatie over auto- of motorrijden met het medicijn dat je gebruikt, vind je op de website www.rijveiligmetmedicijnen.nl

Twijfel je of je mag rijden, vraag het dan aan je arts of apotheker. Het rijden onder invloed van rijgevaarlijke medicijnen is zeer gevaarlijk en strafbaar.

» Maatregelen

Om rijden onder invloed van alcohol en drugs tegen te gaan, zijn verschillende maatregelen genomen. Voorbeelden zijn een geldboete, inleveren van het rijbewijs, gedwongen een cursus volgen of een gevangenisstraf. Sinds 1 december 2011 krijgen automobilisten die bij een controle met meer dan 1,3 promille alcohol in het bloed zijn aangehouden een alcoholslot in de auto.

Klik hier uitleg  voor de maatregelen voor rijden onder invloed.

Wanneer een ervaren bestuurder een alcoholpromillage van 1,8 of hoger heeft, wordt het rijbewijs ingenomen. Voor beginnende bestuurders en recidivisten geldt een promillage van 1,3 of hoger.Naast de straf die de bestuurder krijgt opgelegd onderzoekt het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR) of de bestuurder nog geschikt is om in een auto te rijden. Dit kan betekenen dat de bestuurder op eigen kosten een cursus moet volgen of een medisch psychiatrisch onderzoek moet ondergaan. De maatregelen die het CBR oplegt zijn bedoeld om de bestuurder weer geschikt te maken om veilig aan het verkeer deel te nemen. Wil je meer weten over de verplichte EMA en LEMA cursus klik hier.

Wil je meer weten over het alcoholslotprogramma en recidiveregeling klik hier.