Levenlang leren

Naast infrastructuur en handhaving is verkeerseducatie de derde pijler
waarop  Duurzaam Veilig rust. Veel van de infrastructurele Duurzaam Veilig
aanpassingen, zoals de 30 km-gebieden, zijn immers zinloos als de weggebruikers ze niet begrijpen of accepteren. Daarom zal de aanleg van de 30 km-gebieden bijvoorbeeld gepaard moeten gaan met zowel de aanpassing van de schoolomgeving, de schoolroutes als met de educatie van de schoolgaande jeugd en het haal-brenggedrag van hun ouders.

Bij verkeerseducatie gaat het om activiteiten die bijdragen tot het op enigerlei wijze internaliseren van voorwaarden voor verkeersveilig gedrag bij individuele weggebruikers. Die voorwaarden zijn: kennen (kennis), kunnen (vaardigheid) en willen (motivatie).

Bij verkeerseducatie, van 0-100 jaar, volgens deze omschrijving wordt gedacht aan:
• verkeersopvoeding door ouders (+ faciliterende voorlichting en educatie
   aan ouders)
• schoolse verkeerseducatie
• buitenschoolse verkeerseducatie (cursussen e.d.)
• ouderencursussen (Broem, rijvaardigheid auto, fiets, scootmobiel, e.d.)
• rijopleiding (primair en voortgezet)
• educatieve maatregelen (administratiefrechtelijk of strafrechtelijk)
• verkeerseducatie aan allochtonen en andere bijzondere doelgroepen
• bepaalde vormen van voorlichting (als internalisatie wordt nagestreefd)
• handhaving (als internalisatie wordt nagestreefd, zoals bij staandehoudingen,
   video-controles, anti-agressieteams, e.d.)

Permanente Verkeerseducatie betekent dat verkeerseducatie plaatsvindt op elk moment waarop verwacht kan worden of geconstateerd wordt dat de bestaande voorwaarden van kennen, kunnen en willen niet meer toereikend zijn voor veilig gedrag en niet door ‘zelfinstructie’ alleen (tijdig) toereikend zullen worden. Het permanente karakter zit hem behalve in het feit dat de educatie anticipeert op ontoereikende gedragsvoorwaarden en ook in het feit dat permanente educatie telkens voortbouwt op eerdere verkeerseducatie en een fundament legt
voor latere verkeerseducatie.

 Bij de momenten waar verwacht kan worden dat de ‘oude’ gedragsvoorwaarden niet meer voldoen, wordt gedacht aan situaties waarin:


• de verkeersomgeving verandert
• de verkeerstaak verandert
• de verkeersregels veranderen
• personen met nieuwe soorten belangen te maken krijgen (denk aan iemand die opeens
   zijn geld gaat verdienen met verkeersdeelname, bv. als taxichauffeur)
• mensen in andere ontwikkelingspsychologische fasen komen
• kennis, vaardigheden en/of motivaties zijn weggezakt



Definitie Permanente Verkeerseducatie

Kortom, onder Permanente Verkeerseducatie wordt verstaan:

”Het geheel van opeenvolgende en in doorlopend verband samenhangende (zowel op basis van de leeftijdsgebonden ontwikkeling als op basis van de vervoerswijze van verkeersdeelnemers) activiteiten die leiden tot geïnternaliseerde verandering van het verkeersgedrag of tot behoud van het gewenste verkeersveilige gedrag, door de voor het gewenste gedrag benodigde voorwaarden (van kennen, kunnen en willen) te creëren.



Doelgroepen

Binnen PVE worden zes doelgroepen onderscheiden. De indeling in doelgroepen is gebaseerd op een combinatie van leeftijd en vervoersmodaliteit.
Het gaat om de volgende zes groepen:
• 0 tot 4 jaar
• 4 tot 12 jaar
• 12 tot 16 jaar
• beginnende bestuurders (16 tot circa 25 jaar)
• rijbewijsbezitters (circa 25 tot circa 60 jaar)
• ouderen vanaf circa 60 jaar

De zes doelgroepen worden in de nevenstaande pagina's meer in detail beschreven en zinvolle bestaande producten en projecten worden genoemd.